Wake up call

Onlangs bleek uit onderzoek van Boer & Croon en re.Public dat jonge ambtenaren zich niet of nauwelijks vertegenwoordigd voelen door de medezeggenschapsorganen binnen de overheid. Die zouden teveel worden gezien als ‘spreekbuizen van oudgedienden’. Hetzelfde verwijt valt te horen bij de vakbonden – zwaar vergrijsde werknemersvertegenwoordigingen die alleen de belangen van babyboomers zouden verdedigen – en bij de besturen van pensioenfondsen.

Bij de behandeling in de Eerste Kamer van een initiatiefwetsvoorstel van D66 en VVD om gepensioneerden een zetel te geven in het bestuur van een pensioenfonds, klonk nadrukkelijk de zorg over de positie van jongeren. ‘In het pensioenbestuur zitten meer vijftig- en zestigplussers dan in de Eerste Kamer,’ aldus CDA-senator en dertiger Wopke Hoekstra bij de behandeling van het voorstel, vorige week.

Nieuw organen zouden daarom nodig zijn om ook de stem van de jongeren te laten horen. Het Alternatief voor Vakbond (AVV), opgericht door het latere PvdA-Kamerlid Mei Li Vos, hamert er nadrukkelijk op dat jongeren niet in de gebruikelijke gremia vertegenwoordigd zijn en dat het polderlandschap daarom op de schop moet. De AVV is met de jongerenafdelingen van vijf politieke partijen onder de noemer PensioenOpStand een actie begonnen tegen de oneerlijke verdeling van risico’s in het nieuwe pensioenakkoord. Ouderen en babyboomers vreten de pensioenpot leeg en voor latere generaties blijft maar weinig meer over, stellen ze. Ook jongeambtenarennetwerk Futur heeft zich bij de opstand aangesloten.

Het is niet meer logisch dat ouderen het nu voor het zeggen hebben. In tegenstelling tot de jongeren zijn zij verenigd in instanties die ons land sinds jaar en dag runnen. Jongeren worden daarentegen nog maar amper lid van een vakbond, politieke partij, ondernemingsraad of het bestuur van een pensioenfonds. Slechts twee procent van de leden van deelnemersraden bij pensioenfondsen is 35-minner, en van de werknemers tussen de 25 en 45 jaar oud is maar 17 procent lid van een vakbond, blijkt uit cijfers van het CBS.

In het senaatsdebat over gepensioneerden in het bestuur van een pensioenfonds, werd gemakshalve vergeten dat jongeren als werknemer – of soms zelfs als werkgever – al veel langer recht hebben op vertegenwoordiging in een pensioenbestuur. Daar geldt namelijk geen leeftijdsgrens voor anders dan de pensioenleeftijd. Voor gepensioneerden geldt dat niet, ook al zijn zij directe belanghebbende.
 
Het probleem van jongeren is dat zij zich amper nog aansluiten bij instanties die wat in de melk te brokkelen hebben. Dat valt niet de ouderen te verwijten, noch zijn er speciale belangenvertegenwoordigers nodig die zich alleen maar richten op deelbelangen van bijvoorbeeld ambtenaren onder de 36 jaar. Die instanties bestaan namelijk gewoon, en niet sinds gisteren, en staan open voor een ieder die dat wil. De jongerenclubs van FNV en CNV proberen met een aantal masterclasses nog wat jongeren te charteren voor een plek in het pensioenbestuur.

Het is spijtig dat ‘wij jongeren’ er nu achter moeten komen dat we de boot gemist hebben, en het is te hopen dat vergrijsde instanties het belang van de jongeren niet vergeten. Maar laat de huidige ongerustheid rond het pensioenakkoord en de positie van de jonge ambtenaar ten opzichte van hun babyboomcollega’s een wake up call zijn. De verkiezing van de Jonge Ambtenaar van het Jaar heeft opnieuw laten zien dat er in ieder geval in ambtelijk Nederland nog genoeg betrokken talent rondloopt om de nieuwe generaties te vertegenwoordigen in alle instanties die er toe doen. Daar zijn ze voor namelijk. Met gemopper aan de zijlijn schiet geen enkele generatie iets op.

0 reacties

Reactie plaatsen

* verplicht in te vullen

Uw e-mail wordt niet getoond op de website
By submitting this form, you accept the Mollom privacy policy.

re.Public is een uitgave van Sdu Uitgevers voor ambtenaren en bestuurders.