Van-werk-naar-werk: effectief en kostenbesparend

Woensdagmiddag is het cao-overleg tussen VNG en vakbonden opnieuw vastgelopen. Het belangrijkste geschilpunt gaat over de invulling van van-werk-naar-werktrajecten. Maandenlang is er over gesproken. Er staat veel op het spel. Komende jaren staan ruim tienduizend banen van gemeenteambtenaren op de tocht.

Het is tijd voor een nieuwe aanpak. Nu zoveel mensen hun functie verliezen, werken de oude concepten niet meer. Interne herplaatsing is veel moeilijker geworden, doordat het aantal formatieplaatsen vermindert en organisaties snel veranderen. Er zijn op korte termijn weinig passende functies beschikbaar. Zonder begeleiding en (om)scholing is het lastig om een andere functie te vinden.

De vakbonden pleiten nu voor invoering van intensieve van-werk-naar-werktrajecten. Kern is dat in contracten afspraken worden gemaakt over aanpak, begeleiding, faciliteiten, rechten en plichten. Vanaf dag één gaan werknemer en werkgever actief en planmatig aan de slag. Dat is het tegenovergestelde van een vrijblijvende situatie. Wanneer één van beide partijen zich niet aan afspraken houdt, heeft dit consequenties. Er kan niet achterover worden geleund.

Een traject is pas afgelopen als de werknemer een andere functie heeft gevonden. Ook kan een werknemer besluiten vrijwillig te vertrekken, al dan niet met ontvangst van een stimuleringspremie. Het afspreken van generieke eindtermijnen past niet in dit plaatje. Het is een kwestie van maatwerk. Het ene traject duurt dus langer dan het andere traject.

Onverantwoord duur? De Sociale Verzekeringsbank heeft de kosten berekend. Wat blijkt: in vergelijking met de traditionele aanpak wordt per van-werk-naar-werktraject gemiddeld 130.000 euro bespaard. Dit komt doordat bij deze sluitende aanpak langdurige uitkeringssituaties worden voorkomen. Omdat de overheid eigen risicodrager is, worden hiermee dus veel kosten uitgespaard.

Wat een gemiste kans voor gemeenten. Tienduizend trajecten, besparing van gemiddeld 130.000 euro per traject, reken maar uit. Daarmee zou een deel van de gewenste loonsverhoging kunnen worden betaald.

1 reactie

Als OR-lid provincie Overijssel lijkt mij -op persoonlijke titel- als eindtermijn redelijker een termijn van 2 jaar als gebruikelijk in Sociale plannen, met een hardheidsclausule ingeval van tussentijdse ziekte en andere onbillijkheden van overwegende aard.
Wellicht biedt dit een oplossing voor partijen?

Reactie plaatsen

* verplicht in te vullen

Uw e-mail wordt niet getoond op de website
By submitting this form, you accept the Mollom privacy policy.

re.Public is een uitgave van Sdu Uitgevers voor ambtenaren en bestuurders.