De inkoop van de gemeente Amersfoort is vanaf volgend jaar honderd procent duurzaam: van stropdassen voor relaties tot de aanleg van nieuw asfalt. En dat is te danken aan de inspanningen van centrale inkoopcoördinator Thea Smid. ‘Duurzaam inkopen kan je niet opleggen.’
Lekkere
koffie, hier in Amersfoort. Max Havelaar?
‘Ja, maar die koffie hebben we hier al heel lang.’
Lang voordat jij begon met duurzaam inkopen, bedoel je.
‘Ja. Ik ben eind 2006 gestart als centrale inkoopcoördinator. Een jaar
later zijn we echt werk gaan maken van duurzaam inkopen. Onze raad heeft beslist
dat in 2011 honderd procent van onze inkoop duurzaam moet zijn. Daarmee lopen we
vier jaar voor op veel andere gemeenten.’
Je kwam van Campina. Vanwaar de overstap naar een gemeente?
‘Na de geboorte van mijn derde kind begon de reistijd me op te breken.’
Hier hoor je te zeggen dat je genoeg toetjes had verkocht en
maatschappelijk relevanter werk wilde.
‘Dat besef kwam later pas. Mijn drijfveer is inmiddels dat ik ons geld,
dus eigenlijk het geld van de burger, zo duurzaam mogelijk wil besteden.’
Hoe moeilijk is dat?
‘In deze functie moet je mensen kunnen inspireren om duurzaam in te
gaan kopen. Want de inkoop is hier, net als in veel andere gemeenten,
gedecentraliseerd. Wij hebben vijfentachtig taakbeheerders die de declaraties
van negenhonderdvijftig medewerkers mogen tekenen: in feite hebben we dus
negenhonderdvijftig inkopers. Die moet je inspireren. Want als je regels gaat
opleggen weet je zeker dat mensen er omheen gaan.’
Hoe inspireer je de mensen dan?
‘Senternovem heeft goede criteria opgesteld voor duurzaam inkopen. Bij
het inkopen van drukwerk kan je bijvoorbeeld letten op het gebruik van chemische
middelen bij het drukproces. Maar die regels staan in documenten van ieder zo’n
zestien pagina’s. Als je iedereen gewoon naar die documenten verwijst, is de
kans groot dat mensen zeggen: “toedeledokie met je duurzaam inkopen.” We hebben
de criteria daarom samengevat op ons intranet.
‘Verder organiseer ik bijvoorbeeld inspiratie-bijeenkomsten met de grote
budgethouders binnen de gemeente, en zijn we het DUIK-project (Duurzaam InKopen)
gestart. Deelnemers hebben bijvoorbeeld een snorkel en flippers op hun kamer
hangen, en in de lift wil ik een DUIK-meter met namen gaan hangen: dankzij deze
projectmanagers of inkoop-adviseurs is onze inkoop straks nóg duurzamer.’
Werkt het?
‘Ons totale inkoopvolume is zo’n honderdzestig miljoen euro per jaar.
In 2006 was drieëntwintig procent daarvan duurzaam, in 2008 zo’n veertig
procent. En over 2009 komen we rond de achtenzestig procent uit.’
Hoe weet je dat zo precies?
‘Doordat ik elk jaar een extern bureau inhuur om een groot aantal
budgethouders te interviewen over hun inkoop. Dat kost wat geld, maar dan weet
ik wel precies hoe het zit. Het college en de gemeenteraad willen het ook graag
weten. Want zelfs in deze tijd van recessie wil Amersfoort duurzaam inkopen.’
Maar het instinct van de inkoper is toch: zo goedkoop mogelijk?
‘Ja, dat is moeilijk te veranderen.’
In welke sector is dat het sterkst?
‘In de grond-, weg- en waterbouw wordt traditioneel gegund op laagste
prijs. Kwaliteit of duurzaamheid spelen nauwelijks een rol.’
Hoe verander je dat?
‘Door duurzaamheidseisen en -wensen op te nemen in het bouwbestek. Maar
dan moet je wel uitkijken dat je niet naar een bepaalde aannemer toeschrijft. Je
kunt bijvoorbeeld niet eisen dat er voor de aanleg van een bepaalde weg duurzaam
asfalt wordt gebruikt. Want niet elke aannemer kan dat leveren, en dat is dus in
strijd met de aanbestedingsregels. Je kunt beter bepalen dat bij gebruik van
duurzaam asfalt de totale prijs – zeg – veertigduizend euro hoger mag zijn dan
die van een concurrent die traditioneel asfalt gebruikt.’
Staan ze in die harde sector van de gemeente echt open voor je
adviezen?
‘We gaan hier een nieuw plein aanleggen met natuursteen. Maar die
stenen komen uit China, dus bij de productie kan sprake zijn van kinderarbeid.
De budgethouder vertelt dat het gebruik van andere stenen drie ton extra kost,
en stelt voor om samen naar zijn sectordirecteur te gaan. Ik had anderhalf uur
ingepland, want het zou vast een harde dobber worden. Die directeur vraagt
meteen: “wat wil je nou eigenlijk?” Ik zeg: “een plein zonder kinderarbeid.”
Nou, dat wilde hij ook. Klaar.’
Maar wie heeft die drie ton dan betaald?
‘Zoveel bleek het helemaal niet te kosten – dat bedrag ben je alleen
kwijt als je stenen uit België haalt in plaats van China. Maar de stenen blijven
gewoon uit China komen, alleen eisen wij nu dat het bedrijf voldoet aan het Fair
Stone keurmerk. Dat moet iemand ter plekke gaan controleren, maar dat kost
slechts tienduizend euro.’
Vertel eens een succesverhaal over duurzame inkoop in Amersfoort.
‘De catering is echt een gaaf voorbeeld. Want dat is ook best wel
spannend: mensen gaan buiten de deur lunchen als je opeens geen lekkere broodjes
meer hebt in de kantine.’
Kleffe tofu-broodjes.
‘Precies, en dan heb je meteen iedereen de boodschap gegeven dat
duurzaamheid vies is. Maar we hebben onlangs een nieuwe cateraar geselecteerd
die honderd procent duurzaam werkt, en die ook de sfeer en de uitstraling heeft
verbeterd. En het is loeidruk: er staan rijen.’
Welk product is heel moeilijk duurzaam in te kopen?
‘De versnippering is een probleem: alle secretaresses huren
bijvoorbeeld vergaderzalen buiten de deur voor speciaal overleg. Maar zij vragen
echt niet of elke aanbieder wel een Green Key-label heeft. Daarom wil ik dit
jaar een raamcontract afsluiten met een aantal leveranciers. Als je bij hen een
ruimte boekt, weet je zeker dat er duurzaam wordt vergaderd.
‘Verder zijn diensten moeilijk duurzaam in te kopen. Moet je vragen of een
ingenieur van een it-bedrijf op de fiets komt? Dat is lastig te verkopen aan een
budgethouder die een goed inhoudelijk advies wil. Al kun je bij de inkoop van
diensten wel sociale criteria voor duurzaamheid hanteren. Je kunt bijvoorbeeld
eisen dat een bedrijf moeite doet om mensen uit de bijstand aan het werk te
krijgen. Bij de schoonmaak en de catering is dat al gelukt.’
Dat wijkt wel een beetje af van de gangbare definitie van ‘duurzaam’.
‘Ja, en dat is jammer. Want mensen uit de bijstand halen draagt ook bij
aan een duurzamer samenleving, lijkt me. En het werkt echt. Bedrijven die wij
inhuren, melden zich bij het Servicepunt Werk om te onderzoeken of ze mensen
kunnen inzetten die een afstand hebben tot de arbeidsmarkt. Dat doen we zelf
ook, als gemeentelijke werkgever. Dus waarom zouden we dat niet aan onze
leveranciers kunnen vragen?’
En jullie controleren ook of die werkgevers daadwerkelijk mensen uit
de kaartenbakken halen?
‘Nou, dat is wel een punt. Bij de schoonmaak zitten we er bovenop. Bij
de catering gaat het gebeuren. Maar moet je bij een softwarebedrijf dat een
kleine klus voor ons uitvoert, gaan controleren of ze daarbij mensen uit de
bijstand inzetten? Ik denk van niet. Maar goed, zo’n wens zorgt er in elk geval
voor dat mensen over dit soort zaken gaan nadenken.’
Heb je nog een tip voor andere gemeenten die duurzaam willen inkopen?
‘Je moet er tijd voor maken. Ik kan me als centrale coördinator
helemaal met duurzame inkoop bezig houden, en dat is een goede positie. Als ik
me rot zou moeten rennen om alle aanbestedingen te begeleiden, zou ik echt geen
tijd hebben om inspiratie-sessies te organiseren.
‘En het college en de raad moeten er achter staan. Anders moet je een boodschap
uitdragen waar niemand echt op zit te wachten. Dan kan je beter stoppen.’
Koop je privé ook duurzaam in?
‘Nou… bij de inzet van publiek geld ben ik wat fanatieker dan in mijn
eigen huishouden. Op dienstreizen ga ik bijvoorbeeld toch nog vaak met mijn
eigen auto. Dat krijg je als je op vaste tijden op het schoolplein in een dorp
moet staan. Maar dan zie ik mijn baas wel eens grinniken: “zo zo, miss
Duurzaamheid is weer met de auto.”’

