Ambtenaar steeds vaker in beroep tegen ontslag
Dankzij
hun bijzondere rechtspositie grossieren ambtenaren in bezwaar en beroep. Sommige
zaken duren wel vier jaar of langer. ‘Je kunt je afvragen of dat het allemaal
waard is.’
‘Wat je ook doet tijdens een conflict met je leidinggevende, zeg nooit dat je weg wilt.’ Martien Hoendermis van het Haagse juridisch advieskantoor Hoendermis & Van Loenhout vouwt zijn handen en zet zijn dringende advies nog eens kracht bij met een ferm ‘nooit’. Dan valt er namelijk nog iets te onderhandelen.
De ontvangers van de goede raad zijn cliënten van Hoendermis, ambtenaren die een appeltje hebben te schillen met hun werkgever. Ze hebben ruzie gekregen met hun baas, ze worden gepest door collega’s, ze zijn gepasseerd voor promotie, overgeplaatst, of nog vaker: ze vechten hun ontslag aan. Alle arbeidsrechtelijke narigheid die een ambtenaar kan overkomen (of zelf op zijn hals haalt), hebben Hoendermis en zijn confrère al eens gezien. Door de economische crisis en de bezuinigingen die daaruit volgen, vallen er alleen maar meer arbeidsconflicten en aangevochten ontslagen te verwachten. ‘Bij mij hier op kantoor mogen ze hun hart uitstorten. Er worden ook wel eens tranen met tuiten gehuild om wat er allemaal is gebeurd. Arbeidsconflicten zijn een emotionele zaak.’
Jaarlijks verschijnen zo’n twee- tot driehonderd ambtenaren voor de Rotterdamse rechtbank in verband met een arbeidsconflict. De rechtbank is namelijk de eerstvolgende stap van een benadeelde overheidswerker die niet kan leven met de uitkomst van de interne bezwaarprocedure bij zijn werkgever.
Alleen al bij de ministeries werd meer dan 2.000 keer formeel bezwaar aangetekend tegen personele beslissingen, zo blijkt uit het Sociale Jaarverslag van het ministerie van Binnenlandse zaken. In de hoedanigheid van hoogleraar arbeidsverhoudingen becijferde Alex Brenninkmeijer ooit (tegenwoordig is hij Na tionale Ombudsman) dat één procent van de Nederlandse ambtenaren jaarlijks formeel protesteert. Zo bekeken zouden gemeentelijke medewerkers samen goed zijn voor een kleine 2.000 bezwaarschriften.
Gedupeerde ambtenaren kunnen hun zaak bepleiten tot aan de Centrale Raad van Beroep te Utrecht, het Nederlandse eindstation in ambtenarenconflicten. Daar wordt dan nog eens goed gekeken naar de hele kwestie en de procesgang bij de bezwaarcommissie en rechtbank. Ten opzichte van 2007 steeg de instroom van zaken met 16,9 procent in 2008. In de helft van de beslissingen bevestigt de raad het gewraakte besluit.
Lees in re.Public nummer 17 van vrijdag 1 mei het volledige achtergrondartikel