VIBEZ 42: Waarin de drank in de strandtent nogal bitter is
Agent: Dag Mariëtte, ik hoop dat ik je niet stoor? Ik wil het toch nog eens met je hebben over de aanwezigheid van Tjeerd Posthumus in het huis van zijn broer.
M: Ik heb daar verder weinig over te vertellen. Bovendien vond ik het niet heel chique om na mijn tip het hele verhaal terug te zien in de krant. Ik heb er niks mee te maken en wil dat graag zo houden.
Agent: Dat zal best, maar heb je enig idée wat Tjeerd deed in het huis van
zijn broer?
M: Nee.
Agent: Heb je onlangs Wiebe Posthumus nog gezien?
M: Nee. Wat zijn dit voor vragen? Is dit een verhoor?
Agent: Nee, maar ik wil wel vragen om naar het bureau te komen voor verhoor.
M: Moet dat?
Agent: Yes. Morgenochtend om 10 uur, je weet het vast te vinden.
M: Eh ja, moet ik me ergens zorgen om maken? Een advocaat regelen of zo?
Agent: Laat die zorgen maar aan ons over. Tot morgen.
Luc: En…?
M: Moet me morgen melden om 10 uur bij de politie.
L: Zie, daar heb je het al. Je had ook nooit de politie moeten inschakelen. Je
weet niet wat voor beerput je open trekt. En voor de ontwikkeling van de
Essenpolder is het ook al geen goede zet geweest.
M: Wat weet jij daar nou van?
L: Meer dan jij denkt. Ik zou toch ook maar eens even babbelen met Meeuwis, je
eigen wethouder.
M: Nou wordt het wel heel fraai. Die heeft me juist gezegd dat ik me er helemaal
buiten moet houden. Op een toon die me absoluut niet aanstond.
L: Gelijk heeft ie. Je weet niet half wat er speelt. Ik zeg je één ding: Meeuwis en Posthumus kennen elkaar erg goed. Die gaan ver terug en ze hebben gedeelde belangen. Die twee gaan de kool én de geit sparen. Als jij ze nou gewoon hun gang laat gaan, zal je zien dat het allemaal wel goed komt.
M: Maar er staat hier een leven op het spel!
L: Precies en dat willen zij nou juist redden. Maar daar is veel geld voor
nodig.
Ik ben er voor nu wel even klaar mee. Jij gaat naar huis en ik zie je volgende
week wel weer bij de werkgroep. Ik ga afrekenen.