VIBEZ 65: Waarin Luc merkt dat de detective uithangen geen spelletje is
Luc belt met Driss
Driss: ‘Ja?’
Luc:
‘Driss? Zo, dat duurde lang! Ik wachtte al op de voicemail maar die kwam
niet...’
D: ‘Nee, die staat uit. Ik zit in het buitenland. Kun je het kort houden?’
L: ‘O! Sorry man, ja, tuurlijk. Waar ben je dan?’
D: ‘Familiezaken.’
L: ‘Juist ja. Ben je soms in Marokko?’
D: ‘Wat gaat jou dat aan, joh? Waarvoor bel je eigenlijk?’
L: ‘Nou eh...’
D: ‘Trouwens, nu ik je toch spreek. Wat zit jij achter mijn rug om met mijn neef
te rotzooien, hm?’
L: ‘Je neef? O Hicham, die kwam ik tegen bij voetbal.’
D: ‘Ja ja, sinds wanneer voetbal jij?’
L: ‘Eh, Remco, je weet wel die vriend van mij die eh… had iemand nodig voor zijn
team,.. voor een toernooitje binnenkort dus eh..’
D: ‘Wat zit je toch te stamelen! Ik geloof er helemaal niks van dat jij juist nu
toevallig mijn neef spreekt. Juist nu!’
L: ‘Wat nou, juist nu? Wat is er aan de hand, Driss? En wat is dat voor
geschreeuw op de achtergrond?’
D: ‘Familiegedoe zei ik toch. Gewoon, je kent het wel. Bemoei je er toch niet
mee! Serieus Luc, je moet hiermee kappen. Geen detective meer spelen. Hoop dat
je op z’n minst Mariëtte erbuiten houdt? Ik moet gaan.’
L: ‘Waarbuiten, Driss? Hoezo hiermee kappen, ik doe gewoon mijn werk!’
D: ‘Nou gewoon… Laat maar. Het komt wel goed. Zeg tegen Hicham dat hij even eh
de bloemetjes buiten moet gaan zetten. Hij snapt het wel.’
L: ‘Bloemetjes?! Wie heeft het nou over detective spelen! Jíj klinkt alsof je in
een of andere foute politieserie speelt.’
D: ‘Was dat maar zo, Luc. Was dat maar zo.’ Diepe zucht. Het lawaai op de
achtergrond neemt toe.
L: ‘Driss? Nu ga ik me echt zorgen maken hoor. Driss, dit is niet grappig meer.
Je kunt het mij wel vertellen! Wat er ook is, ik ga je helpen Driss. Driss?!?!’
Luc belt met Remco
L: ‘Hee Rem, even snel. Heb jij voor mij het nummer van Hicham van je
voetbalteam?’
R: ‘Ook goedemorgen. Ja, tuurlijk. Wacht, zoek het even op. Trouwens, ik weet
niet hoe snel je hem nodig hebt. Maar bedenk me nu dat hij heeft afgezegd voor
de wedstrijd vanmiddag. Hij moest naar het buitenland, iets met familie.’
L: ‘Wat? Kut! Sorry.’
R: ‘Alles ok, Luc? Hoe is met je knie by the way? En met je meisje?? Heb je haar
nou eindelijk…’
L: ‘Hè wat? Zei hij waarheen? Laat maar. Thanks man. Spreek je later.’