Al 20.000 Nederlandse militairen naar Afghanistan
Dat zei minister Eimert van Middelkoop (Defensie) woensdag tijdens een overleg in de Tweede Kamer over Afghanistan. Volgens hem betekent dit dat erg veel Nederlanders, zeker als je het thuisfront meetelt, een persoonlijke betrokkenheid bij de missie hebben gekregen. De meeste militairen dienden in de provincie Uruzgan, maar ook in Kabul en in Kandahar waren en zijn ze actief.
Net als het kabinet uitte de Tweede Kamer opnieuw veel waardering voor de inzet van de militairen. Ook tegenstanders van de missie, zoals de SP en PVV, vinden dat zij het goed doen. Van Middelkoop wees erop dat Nederlandse militairen cultureel en diplomatiek sensitief zijn. Dat komt volgens hem omdat hiervoor van meet af aan in de voorbereiding aandacht is geweest. Daarom is de Nederlandse samenhangende aanpak met diplomaten goed gelukt.
De PvdA vindt dat er een plan moet komen voor de nazorg van degenen die uit Afghanistan terugkomen. Van Middelkoop zei dat hierin al voorzien is en dat geen apart plan nodig is. Terugkeerders doorlopen een programma.
Het overleg richtte zich op een evaluatie van de missie de afgelopen jaren. De oppositie, die probeerde om toch iets los te krijgen over de mogelijke toekomstige rol van Nederland bij Afghanistan, ving bot bij de aanwezige ministers Maxime Verhagen (Buitenlandse Zaken) en Bert Koenders (Ontwikkelingssamenwerking). Binnenkort neemt het kabinet een besluit. Volgens ingewijden gebeurt dat niet meer dit jaar.
Volgens Van Middelkoop zijn de plaatsen Tarin Kowt en Deh Rawod, waar de Nederlandse kampen zijn, de afgelopen twee jaar veiliger geworden. Koenders prees de vele projecten die in de provincie in gang zijn gezet. Die draaien nu niet alleen meer om het provinciaal reconstructie team (prt) van de Nederlanders. Een groot aantal internationale organisaties zijn volop bezig met de opbouw. De ontwikkeling is daarom volgens Koenders ook mogelijk zonder de aanwezigheid van Nederlandse militairen.