VIBEZ 83: Waarin de recherche Driss aan de tand voelt over de moord op wethouder Posthumus
Het is een grijze woensdagmiddag en Driss belt Luc redelijk overstuur. Luc rijdt met zo’n 140 kilometer per uur naar een zakelijke afspraak, heeft z’n gedachten er niet goed bij en kan Driss soms moeilijk verstaan.
Driss:
Ja, Luc met mij. Moet je horen. Vanmiddag stond opeens de politie voor mijn
bureau. Of ik even tijd had? Die eikels. Nu zijn de speculaties op het
gemeentehuis van Lookbosch natuurlijk niet van de lucht.
Luc: Ik doe even mijn raampje dicht, want ik was een Gauloise aan het roken. Ik
verstond je niet helemaal. De politie zoekt je of zoiets?
Driss: Nou, ze hebben me gevonden. En verhoord. Het ging er niet al te
vriendelijk aan toe.
Luc: Ze willen weten of je meer weet van de moord op wethouder Posthumus?
Driss: Ja, inderdaad en ik heb je advies nodig.
Luc: Sorry, ik passeerde net een vrachtwagen. Wat zei je?
Driss: Luc, help me. Die agenten maakten het heel duidelijk dat het niet lang
meer duurt of ik kom vast te zitten wegens verdenking van moord. Ze zeiden dat
ik maar beter kan bekennen, omdat de kans op strafvermindering steeds kleiner
wordt als ik niet mee werk.
Luc: Hahaha. Niets van aantrekken. Zo zetten ze je onder druk. Je hebt toch
niets te vrezen?
Driss: Maar als ze nou dna van mij hebben gevonden op het lijk? Kan ik vijftien
jaar brommen.
Luc: Jouw dna op het lijk? Dat is toch onwaarschijnlijk?
Driss: Nou ik had als ambtenaar natuurlijk wel veel contact met Posthumus. Dus
misschien zwerft er nog wel een haar van mij in zijn buurt rond.
Luc: Wacht even. Even toeteren, zodat die trut die 130 rijdt op de linkerbaan
uit de weg gaat. (…) Oh Mariëtte belt. Even wegdrukken. Ben ik weer. Wat ik niet
begrijp is dat je je zoveel zorgen maakt. Dna alleen is toch niet genoeg als
bewijsmateriaal. Je moet ook een motief…
Driss: Ja, begrijp je nu waarom ik onwijs in de problemen zit? Ik heb toch geld
geleend van Posthumus?
Luc: Daar is toch niets over vastgelegd?
Driss: Nee. Gelukkig niet. En ik heb de politie natuurlijk niets verteld. Maar
ik heb dus wel belang bij zijn dood. En niet lang voor zijn dood, heb ik
hoogoplopende ruzie had met Posthumus. Collega’s hebben hem horen tieren. Dat
ging dwars door de deur van zijn kamer heen.
Luc: Oh my God Driss. Je hébt hem toch niet vermoord, hè?