Ambtenarenacties tot dusver effectloos
3 februari: Na maanden van vruchteloos onderhandelen over de nieuwe gemeente- en provincie-cao kondigen de bonden een maand lang acties aan. Waar zij een loonsverhoging van 1,5 procent (koopkrachtbehoud) eisen, pleiten hun opponenten, de werkgevers, voor de nullijn. Het Interprovinciaal Overleg (IPO) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) nemen met betrekking tot de acties het woord ‘ongepast’ in de mond.
11 februari: Het Amsterdams college roept uit piëteit met zijn ambtenaren minister Guusje ter Horst (BZK) op ook voor gemeentebestuurders geen loonsverhoging door te voeren in de nieuwe cao. Als een zestal andere colleges de VNG oproept in gesprek te blijven met de bonden omdat er volgens hen nog rek zit in de onderhandelingen, zegt de VNG haar huidige bod als ‘goed en reeël’ te zien.
18 februari: Ook de cao-onderhandelingen bij de waterschappen lopen vast. Waterschapsambtenaren sluiten zich aan bij de estafette-acties.
20 februari: Kabinet Balkenende-IV valt. Talloze besluiten, waaronder dat over een mogelijke bezuinigingsoperatie van 35 miljard euro, worden daarmee uitgesteld.
En nu? ‘Er heerst op het financiële vlak heel veel onduidelijkheid’, aldus een woordvoerder van het IPO. ‘Dat is voor ons reden geenszins snelle beslissingen over de cao te nemen.’ De inzet van de provincies is ook na een kleine maand acties ‘nog steeds’ een structurele nullijn. De bonden houden vast aan 1,5 procent loonsverhoging. Een afspraak om opnieuw met elkaar in gesprek te gaan, staat er niet.
De Unie van Waterschappen ontving afgelopen week een ultimatum: ook 1,5 procent loonsverhoging. Einddatum van het bondsultimatum is vrijdag 26 februari. De unie houdt tot op heden vast aan de nullijn.
De VNG laat weten dat er ‘geen mandaat van de gemeenten ligt’ om het gedane eindbod (de nullijn) aan te passen. De vereniging vindt het wel belangrijk ‘in gesprek’ te blijven en heeft de bonden daarom uitgenodigd 8 maart opnieuw om de tafel te gaan. Abvakabo FNV is resoluut: ‘Als ze hun eindbod voor die tijd niet in onze richting bijstellen, gaan we niet.’