Politieambtenaren willen betere opvang na vredesmissie
Uit een studie van Henk Sollie van het Instituut voor Maatschappelijke Veiligheidsvraagstukken van de Universiteit Twente, die onderzoek deed in opdracht van Programma Politie & Wetenschap naar de ervaringen van politieambtenaren op vredesmissie, blijkt dat de terugkeer van missiegangers een stuk minder goed geregeld is dan de voorbereiding. Er ontbreekt landelijk re-integratiebeleid en er is geringe en voor een deel zelfs negatieve belangstelling voor vredesmissies (men ziet het soms als een vakantie). De opgedane kennis wordt daarbij ook te weinig erkend en gebruikt.
'De opvang van politiemensen die terugkeren van een missie, schiet er vaak bij in', zegt onderzoeker Sollie. 'Bij sommige korpsen is het goed geregeld, bij andere helemaal niet. Korpsen hebben een internationaal coördinator, die daar verantwoordelijk voor is. Nu is elk korps een eilandje op zich. Die coördinatoren moeten in contact met elkaar komen om te voorkomen dat iedereen voor zich het wiel blijft uitvinden.'
Volgens Sollie zijn er schrijnende gevallen van een totaal gebrek aan opvang. Soms is er geen functie voor de functionaris die terugkeert naar zijn Nederlandse werkkring. Sollie: 'Er zijn mensen letterlijk in een hokje gestopt om te wachten op iets geschikts. Een enkeling is zelf aan het solliciteren gegaan.'
Ook in de voorbereidingen kan nog wel het een en ander verbeteren, aldus Sollie. De voorbereiding kan worden verbeterd door een training die minder geënt is op militaire taken en meer op de overdracht van politiekennis. Nu wordt relatief veel tijd besteed aan het opbouwen van een vertrouwensband met lokale counterpart(s) en aan het ontdekken van de verhoudingen binnen de lokale politie.
Begin juli besloot het kabinet om de bevoegdheden van politieambtenaren die op vredesmissie zijn, uit te breiden. Lees hier het bericht dat re.Public daarover publiceerde.